Jagers worden boeren - 9.000 jaar geleden
De uitgestrekte grasvelden hebben plaats gemaakt voor bossen. In die bossen vindt de prehistorische mens voedsel in overvloed. Hij kan ook wat langer op één plaats blijven maar moet toch nog rondtrekken om lokaal de natuurlijke rijkdom niet uit te putten.
Maar zo’n 6.000 jaar geleden ontmoet hij boeren die vanuit het oosten naar onze streken komen op zoek naar nieuwe gronden om te ontginnen. Worden onze lokale jagers nu ook boeren? Dat is nog onduidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat men hier heel anders gaat leven. En dat ontdek je in de tijdstunnel die je nu ingaat.
Opdracht
Speel 'het boerengeheugen' (klik hier).
Van jagers en voedselverzamelaars naar de eerste boeren
De klimaatverandering zet zich verder door en komen wij in een gematigd klimaat terecht. Stilaan verschijnen er meer en meer bomen. Den en berk waren al aanwezig en nemen sterk in aantal toe, later gevolgd door hazelaar, eik, olm, els , linde en beuk.
Dat zorgt ervoor dat zo’n 9.000 jaar geleden heel deze streek dan ook bebost is. Het rendier en zijn kompanen mogen dan wel uit de streek verdwenen zijn, maar het bos biedt meer dan voldoende andere dieren waarop gejaagd kon worden. De mens kan zijn bestaan als jager/verzamelaar dus gewoon verder zetten.
Zo’n 6.000 geleden krijgen onze jagers-verzamelaars bezoek van de eerste boeren die vanuit Zuid-Oost Azië eerst in Haspengouw zijn aangekomen maar nu ook naar het gebied van De Wijers afzakken. Dat weten wij vanuit DNA onderzoek van overblijfselen van deze eerste boeren. Een tijdlang zullen jagers-verzamelaars en boeren naast elkaar bestaan maar nadien wordt landbouw bedrijven de algemene levenswijze.
Wat er juist gebeurd is met de jagers-verzamelaars is nog onduidelijk. De intrede van de landbouw zal er uiteindelijk wel toe bijdragen dat het landschap serieuze wijzigingen ondergaat. Om aan landbouw te kunnen doen, moeten stukken bos immers gerooid worden. De mens doet echter niet alleen aan akkerbouw maar hij gaat ook dieren domesticeren en hiermee kweken: runderen, schapen, geiten en varkens.
Deze laat hij op de verlaten akkers grazen waardoor deze akkers niet terug naar bos evolueren. Ook wordt er gegraasd in de bossen. Dit gaat uiteraard ten kosten van de jonge bomen en struiken zodat de verjonging van de bossen ook stil valt. Door al deze processen, en nog een kleine klimaatschommeling, gaat het bosbestand stelselmatig achteruit en krijgen wij open en uitgestrekte heidevelden.
Omschakelen naar landbouw betekent ook dat men een vaste verblijfplaats nodig heeft. Er worden voor het eerst echte gebouwen opgetrokken, boerderijen van 8 tot 10 m breedte en een lengte van 10 tot 40 m.
Luisterverhaal
Orin: Mama ziet ertegenop om weer verder te trekken. Yotin is nog maar 4 maanden en de lange tochten zijn zwaar. Ze denkt dat het beter is om nog wat te blijven tot hij wat sterker is. Nu het klimaat lijkt op te warmen blijft het ook langer groen. We gaan nog een paar maanden noten, paddenstoelen en bessen vinden. Dus moeten we geen honger lijden.
Orin: Maar Papa is wel overtuigd dat we moeten vertrekken. Elke dag komen er minder rendieren langs. Het is het einde van de caravaan. Dus moeten we mee opschuiven naar het noorden. Als we nu nog wachten, gaan er geen rendieren meer zijn. En later , als het gaat vriezen, zullen er ook niet meer voldoende planten zijn. Papa is bang dat het dan te laat is, dus is hij begonnen met ons kamp in te pakken.
Orin: Maar weet je, hier wat verderop is er een familie die niet meer rondtrekt. Ze komen uit oosten en hebben een kamp gemaakt dat ze niet meer afbreken. Allemaal veel steviger… hun hutten zijn gemaakt van boomstammen, takken, leem en stro. Ze zijn ook ruimer dan onze tenten. Papa vindt rendierhuiden beter dan leem, want die huiden kan je oprollen en neenemen. Maar als je niet meer verder trekt, hoef je toch je lemen hut niet op te rollen, toch?
Orin: De vrouwen en mannen van deze familie werken op een stuk land, naast hun nederzetting. Ze hebben eetbare planten gezaaid. Dat dagenlange verzamelen en zoeken naar eten, moeten ze niet meer doen. En ik kan je zeggen: daar kruipt veel tijd in. Piew! Toen mama dat hoorde wilde ze echt niet meer weg. Dat is de supermarkt van de prehistorie!
Orin: En omdat de familie hier ook in de winter blijft en er dan bitter weinig te eten is, zaaien ze graan en gerst. Dat blijft de hele winter goed als je het droog bewaart. Hola, en het is nog niet gedaan! Als wij al lang weg zijn, en zij nog hier (Orin begint duidelijk sympathie te krijgen voor de boeren), dan komen de schapen en de wilde geiten op de overschotten af die nog op het land staan. Het vlees komt naar hen toe gewandeld!! Dan kan je vanuit je luie zetel, (grapje, want wij hebben nog geen zetels) van heel kort bij een pijl schieten.
En weet je wat ze nog gedaan hebben? Een aantal geiten en schapen hebben ze tam gemaakt. Ze moeten hen wel elke dag hoeden, maar kunnen ze de geiten melken.
Mama wil ook zo’n geit. Ze zegt dat het Yotin zou aansterken als hij meer melk drinkt. Ze is bezorgd om hem, hij moet de winter nog door. Die schapen en geiten lopen ook niet meer weg van de geur van mensen. Ze zijn tam. De boeren hier leven samen met de dieren en dat is heel nieuw voor ons. Lara heeft al gezegd dat ze een schaap wil voor haar verjaardag.